“Valpreventie is een verantwoordelijkheid van de hele maatschappij, niet alleen van de zorginstellingen”

Tijdens de Week van de Valpreventie (19 – 25 april) gaat er extra veel aandacht naar de valproblematiek in onder meer de zorgsector. Prof. Dr. Bautmans en Prof. Dr. Lieten werpen hun licht op de valpartijen in hun zorginstelling (UZ Brussel), op het belang van preventie en rapportering alsook op de verantwoordelijkheid die wij als maatschappij dragen.

In de Belgische zorginstellingen circuleren heel wat cijfers over valincidenten en de basis waarop die cijfers berekend worden verschilt ook naargelang de zorginstelling. In het algemeen kan men stellen dat één derde van de 65-plussers jaarlijks het slachtoffer is van een valpartij, ongeacht de ernst of de locatie: thuis, in het woonzorgcentrum, in het revalidatiecentrum of in het ziekenhuis. Dr. Jean-Claude Lemper, Hoofdarts van het centrum Scheutbos in Brussel meldt dat “30% van de opnames op de geriatrische diensten van de ziekenhuizen voortkomt uit een valincident.” In rusthuizen zou tussen 30% en 70% van de bewoners ooit slachtoffer zijn van een valincident en 25% van de 85-plussers valt binnen het jaar opnieuw (bron: MintT).

Valcijfers aan de hoge kant, ook in een coronajaar

In het UZ Brussel werden in 2019 ruim 500 valincidenten gerapporteerd, in 2020 waren er dat 355. Dat laatste cijfer moet echter in het licht van de Covid-19-pandemie geplaatst worden: tijdens dit kalenderjaar waren er buiten de coronapatiënten een pak minder opnames en een pak minder activiteit in de reguliere zorg.

“Dit zijn hoge cijfers,” aldus Prof. Dr. Lieten, Kliniekhoofd Geriatrie. “Je moet immers weten dat de rapportering voornamelijk afkomstig is van drie diensten, namelijk Neurologie, Psychiatrie en Geriatrie. We merken dat valpartijen tijdens consultaties weinig tot niet gerapporteerd worden omdat het zorgpersoneel in de consultatiesetting daar minder de kans toe krijgt. Het werkelijk aantal valpartijen in het hele ziekenhuis zal dus ongetwijfeld hoger liggen.”

Wie zijn de ‘vallers’?

Onder de patiënten die slachtoffer zijn van valpartijen binnen de muren van het ziekenhuis vinden we heel wat verschillende profielen. Een aanzienlijke groep zijn patiënten die opgenomen worden met breuken en dus per definitie een verhoogd risico hebben om opnieuw te vallen. Niet zelden gaat het om 65-plussers met een fragiele gezondheid.

Verder ziet het UZ Brussel dat verwarde patiënten met cognitieve problemen, al dan niet onder invloed van medicatie, ook een grote risicogroep vormen. “We zien trouwens dat medicatie vaak niet de oplossing maar wel de oorzaak van de valproblematiek is. Wanneer het thuisfront of de huisarts niet voldoende communiceert over het medicatiepatroon, dan kan het abrupt stopzetten van medicatie bij een opgenomen patiënt leiden tot een valpartij,” stelt Prof. Dr. Lieten vast.

Preventie, preventie en nog eens preventie

Het kan niet genoeg benadrukt worden: een eerste stap richting een succesvolle valpreventie is voldoende aandacht schenken aan het fenomeen van de valproblematiek zelf. In dat kader wijst Prof. Dr. Ivan Bautmans, hoofd van de vakgroep Gerontologie en onderzoeksgroep Frailty in Ageing (VUB), op de sensibilisering van studenten: “Doorheen de opleidingen van de VUB die aanleunen bij de specialiteit Geriatrie trachten we studenten zoveel mogelijk te wijzen op het belang van een sterk valbeleid en de cruciale rol die een coördinator Valpreventie speelt binnen een zorginstelling.”

Het UZ Brussel past die aanbeveling ook toe en beschikt over een werkgroep ‘Valpreventie’ die analyses uitvoert van de valcijfers alsook een test- en scoresysteem uitgewerkt heeft. “Wanneer een patiënt wordt opgenomen, dan gebeurt er door het zorgpersoneel een eerste risicoanalyse. Patiënten met een verhoogd risico op valpartijen krijgen extra aandacht. Denk maar een armband met kleurencodes of een aanpassing van de medicatie,” aldus Prof. Dr. Lieten. Indien nodig komt het interne liaisonteam Geriatrie van het UZ Brussel ter plaatse voor verdere opvolging en aanbevelingen richting de hoofdverpleegkundigen en andere actoren in het zorgpersoneel (ergotherapeuten, kinesitherapeuten,…).

Wat als het toch fout loopt?

Indien een patiënt toch zou vallen, dan treedt er na de eerste zorgen een systeem van meldingen in werking: de melding door de eerstelijnszorg, de bespreking met de arts en de analyse van het incident waarbij de ernst van de valpartij onder de loep wordt genomen. In alle gevallen wordt er in samenwerking met de commissie ‘Valpreventie’ onderzocht hoe een gelijkaardige valpartij in de toekomst kan vermeden worden.

“Informatiedoorstroming tussen de verschillende diensten en zo volledig mogelijke rapportering zijn hierbij cruciaal. Ik pleit er ook voor dat de beschikbare kennis op een proactieve manier wordt overgedragen, bijvoorbeeld door de organisatie van thema-avonden rond de valproblematiek,” aldus Prof. Dr. Lieten.

Valpreventie begint in de thuisomgeving van de patiënt

“Er is een duidelijke onderschatting van de winst die we als maatschappij kunnen boeken mochten we ons minstens evenveel focussen op de behandeling van de oorzaken als op de behandeling van de gevolgen van een valpartij,” stelt Prof. Dr. Bautmans. Die winst vertaalt zich trouwens ook in euro’s: “De totaalkost die een valpartij met zich meebrengt voor de sociale zekerheid loopt al snel op tot enkele duizenden euro’s,” voegt Prof. Dr. Lieten toe.

De preventieve werking is hierbij geen verantwoordelijkheid van de zorginstellingen alleen: “In de thuissituatie moet er voldoende aandacht zijn voor het risico op valpartijen. Iedere betrokken persoon draagt een deeltje van die verantwoordelijkheid: familieleden, mantelzorgers, huisartsen, thuisverpleegkundigen,… ,” aldus Prof. Dr. Bautmans.

Hij haalt een concreet voorbeeld uit de praktijk aan: “We zien soms patiënten het ziekenhuis binnenkomen met schoeisel dat absoluut niet aangepast is aan hun fragiele gezondheid. Dat is vragen om problemen.” Prof. Dr. Lieten haalt nog een voorbeeld aan: “Familieleden en thuiszorg dwingen de patiënt soms om slaapmiddelen of antidepressiva te nemen. Maar in plaats van die patiënt te helpen, vergroten ze soms alleen maar het risico op valpartijen, met alle fysiek en psychisch leed tot gevolg.”

Geen betutteling, wel een positieve blik op ‘ouder worden’

Ook op maatschappelijk niveau ziet Prof. Dr. Bautmans ruimte voor verbetering wat de perceptie van ouderen betreft. “De ouderen van vandaag willen op een andere manier oud worden dan pakweg 20 jaar geleden. De nieuwe definitie van ouder worden is er één met sport, activiteit en beweging. Waarom zouden we als maatschappij dat vernieuwde referentiekader willen verdrukken?”

Valpreventie, dat is ook het wegnemen van de betutteling van ouderen: “Ouderen krijgen vaak al een slachtofferlabel nog vóór ze zijn gevallen. Er is werk aan de winkel om een positieve boodschap te brengen, een boodschap dat bijvoorbeeld voldoende beweging een positief effect heeft op de cognitieve functies,’ besluiten Prof. Dr Bautmans en Prof. Dr. Lieten.

Valpreventie is een verantwoordelijkheid van de hele maatschappij
Valpreventie is een verantwoordelijkheid van de hele maatschappij